Hier en op onze website ’t Majeur doen we verslag van het bestaan aan boord en onze belevenissen, varend door Europa.

Voor een paar dagen een vaarvakantie bij ons aan boord, zie de website

Als je per email bericht wilt krijgen wanneer we een nieuwe blog toevoegen of de website hebben bijgewerkt stuur ons een mail via,
tmajeur@gmail.com, met als onderwerp "volgen".

donderdag 4 augustus 2011

Kortrijk-Spierre-Lille-Astene-Lille & Lille-Douai-Péronne-Somme

Kortrijk-Spierre-Lille-Astene-Lille

een rondje en een heen en weertje
Het is al weer zolang geleden dat ik een blog maakte dat ik deze aflevering maar in twee delen splits anders wordt het routekaartje zo onduidelijk.
Het lijkt zo’n langzaam, rustig en voortkabbelend bestaan op de boot maar de dagen vliegen voorbij en we zijn altijd bezig met van alles en nog wat en dan schiet het blog erbij in.
Het blog plaatsen op internet is ook wat ingewikkelder dan thuis. Mail kunnen we aan boord regelen maar om te skypen of te up- dan wel downloaden hebben we een hotspot nodig, Dat is af en toe even zoeken en dan op straat met je laptop aan de gang.
daar waar een hotspot is kun je op internet om te skypen
Uiteraard hebben we hier een gewoon huishouden zoals ieder ander, met alle daarbij behorende huishoudelijke taken als de was, schoonmaken en boodschappen doen, dingen die we bewaren voor dagen dat we niet varen. Zoals we dan ook de omgeving verkennen, fietsen en wandelen.
Boodschappen doen vraagt bijvoorbeeld meer tijd en planning, al was het alleen maar dat je boodschappen moet doen als het kan omdat er winkels in de buurt zijn, soms ook in een dorp verderop. Boodschappen doen we op de fiets, die evenals de boodschappenkar, eerst van boord gehaald moet worden en later weer terug getild of getakeld.
We kunnen niet altijd strak tegen de wal afmeren, omdat het daar te ondiep is en moeten dan eerst een loopplank uitleggen, dat vergt overleg en takelwerkzaamheden en kost veel tijd. Iedere dag die we varen moeten we het schip klaar maken voor vertrek en later afmeren. Regelmatig moeten we (vooral Michel) water tanken, de wierpotten schoonmaken, olie en accu’s controleren en allerhande kleine klusjes. Wat ook erg veel tijd kost zijn de praatjes die we maken met alle mensen die we tegenkomen in sluizen, bij aanlegplaatsen, omdat ze naar ons toekomen met vragen; wel heel erg goed voor ons Frans en erg gezellig. En dan niet te vergeten de vele, vele sluizen die we passeren, een sluis vraagt (gemiddeld) 45 minuten om te passeren. Zeker op vaardagen zijn we aan het eind van de dag allebei behoorlijk moe, dan hebben we nog energie om eten te koken, de satelliet in te stellen en lekker even TV te kijken of een boek te lezen. We gaan hier vroeger naar bed dan we gewend waren. Last but not least, het tempo ligt bepaald niet hoog, bij wat we ook doen en dat is Winst met een hoofdletter.

Sinds het vorige blog is er alweer veel gebeurd en zijn we een eind verder gekomen. We zijn onder andere weer  twee maal naar Nederland geweest en ook nog met de auto naar Frankrijk maar dat doen we volgend jaar toch anders, zoveel op en neer gaan is erg onrustig en de auto meenemen terwijl we varen is toch niet handig. Meenemen wil in dit geval zeggen dat we dan ieder paar dagen met de fiets een eind terug gaan om de auto op te halen.
Toen we de 16e juni terug kwamen uit Nederland vonden we het schip in goede orde aan het ponton in Kortrijk, deze keer geen gedonder met pompen. Wel was tot onze verbazing een van de spudpalen, in de grond, tweemaal om zijn lengteas gedraaid en zat er een knoop in, hoe dat kon gebeuren is een raadsel.Met enige moeite heeft Michel de knoop er wel uit gekregen,
het is een enigma
De volgende dag zijn we weer door het kanaal van Bossuit gevaren nu op weg naar het Spierre kanaal.
het Belgische, groene, Canal de l'Espierre
Het Canal de l’Espierre – Roubaix is een verbinding tussen België en Frankrijk, vroeger een doorgaande route voor vrachtvaart maar sinds 30 jaar, grotendeels onbevaarbaar en afgesloten.
Het Belgische deel is landelijk en groen het Franse deel gaat grotendeels dwars door de stad Roubaix.
het Franse, stedelijke, Canal de Roubaix
In een gezamenlijke actie van beide kanten is het kanaal weer geopend, nu voor pleziervaart en niet langer commercieel. De gezamenlijkheid hield hier ook mee op want nu het af is er van enige communicatie tussen beide kanten geen sprake meer hetgeen voor de passant nogal tot verwarring leidt. Mede doordat het nog allemaal nieuw is, wij waren het eerste grote schip dat het hele kanaal passeerde, was er onduidelijkheid over sluis en brugtijden en wie daarvoor benaderd moest worden, maar dat mocht de pret niet drukken.
de ingang waar wij amper door konden, inmiddels allemaal gerepareerd hebben we begrepen
De ingang bij Spierre, een niet meer gebruikte keersluis, was volgens de papieren 5.10 M breed maar wij merkten dat we er slechts met moeite en heel langzaam door konden, waarbij we de nodige stenen en passant meenamen van de kade muur. Dit als gevolg van verzakking in de loop der afgelopen 30 jaren. ’t Majeur is 4,58m breed maar een schip dat breder is heeft daar een groot probleem, we hebben het gesignaleerd en ze zouden er naar kijken, dat hopen we dan maar voor wie na ons komt. Zo hebben we meer kinderziektes ontdekt die nog niet aan het licht gekomen waren bij de passage van kleinere schepen, dat maakte het ook wel leuk en spannend.
alsof we de koningin van Lombardije zijn
Gedurende de gehele passage, met name in Roubaix, kwamen mensen uit hun huis om naar ons te zwaaien en te juichen omdat ze zo blij zijn dat er weer schepen passeren, een welhaast koninklijke ervaring.
In Roubaix hebben we een bezoek gebracht aan het Musée de Piscine, een voormalig zwembad dat, met behoud van de uitstraling van een zwembad (kleedhokjes, water), nu museum is geworden, prachtige glas in lood ramen en als je ooit in de buurt bent een bezoek waard.
Musée de Piscine in Roubaix
de beide, geheven, bruggen waar we onderdoor moesten
We hebben in dit kanaal ook één van de bijzonderste bruggen gepasseerd: 2 hefbruggen, ongeveer een meter of vijfentwintig van elkaar, gaan tegelijk omhoog. Ze maken onderdeel uit van een rotonde, het middenstuk blijft laag en daar loopt het kanaal dwars doorheen. Je vaart onder de bruggen tussen het middenstuk van het rondpoint door. Er zijn ook 4 brugwachters nodig om het verkeer te regelen, vooral omdat het allemaal nieuw is en nog niemand gewend is aan deze, geopende, bruggen.
in het midden van de rotonde
Al bij de eerste sluis waren we in gesprek gekomen met een stel wandelaars die naar het schip keken en toen we bij de 2e sluis kwamen waren zij daar inmiddels ook aangekomen. Het aangename gesprek werd voortgezet in het belendende café onder het genot van het lokale Satcheur (hij die de boot trekt) bier. De man heeft een café annex klein museum in het Sashuis (sluishuis) in Astene, vlak bij Deinze. De sluis in Astene  wordt niet meer gebruikt en staat altijd open en het bijbehorende bruggetje, over de Leie, wordt met de hand bediend. Daar waren het volgend weekend sasfeesten, er zouden gepavoiseerde schepen liggen en ons werd met klem verzocht te komen, om te pronken met ’t Majeur en omdat het leuk zou zijn. 
We zijn inderdaad toen we bij Lille uit het Canal de Roubaix kwamen niet linksaf richting zuiden gegaan maar naar rechts en weer naar het Noorden, België in.
Wachtend voor de sluis St Baasfijve werden we, door het uit de sluis komende schip, zo opzij gezet dat we vastliepen en dus niet de sluis in konden varen toen het onze beurt was. Via de marifoon konden we onze penibele situatie aan de sluiswachter en het achter ons liggende schip duidelijk maken. De Marjo-R (heel groot) kwam langszij om ons een lijn toe te werpen en ons weer vlot te trekken maar door het water van zijn boegschroef werden we weer een beetje opgetild, net genoeg om weer vrij te komen, opgelost.
hoe dichterbij, hoe groter hij wordt
Het was een lange dag varen maar ’s avonds kwamen we aan op een van de meest idyllische plekjes waar we ooit gelegen hebben.
de dode arm van de Leie is een prachtig stuk natuur geworden, heel verstild
het sashuis, het bruggetje en de kade muren van de oude sluis,de schepen lagen, links van de linker muur mooi te wezen


Vanuit Astene zijn we ook we naar vrienden in Frankrijk gegaan om, bij hun bank, een bankrekening te openen (alleen op basis van introductie, met een Frans adres, het duurde 1,5 uur en we moesten ong. 100 handtekeningen zetten).




 Ook is Rebecca nog naar Nederland geweest, de auto hebben we toch maar weer terug gebracht het was niet echt handig. In Deinze hebben we een Belgische bankrekening geopend (gewoon binnen lopen, 15 min werk,ieder 2 handtekeningen en met ons eigen adres) en we hebben deelgenomen aan de sasfeesten en alle daaruit voortvloeiende sociale contacten.
de gepavoiseerde schepen
hotdogs, oude ambachten en veel bier
prachtig weer en heel veel vrolijke mensen
Na twee heel gezellige en ontspannen weken zijn we alsnog naar het zuiden gegaan.
Weer langs Kortrijk en Menen (de 4e maal nu) tot we weer bij Lille waren en toen werd het allemaal weer nieuw terrein


Lille-Douai-Péronne-Somme
van Lille naar Abbeville, vanaf daar zijn we nu op de treugweg weer naar Péronne en dan weer naar het zuiden
Iets ten zuiden van Lille voeren we onder de A1 door, iedereen die wel eens met de auto over die weg  rijdt kent de brug met alle kleurtjes, van onderaf die ziet er dus zo uit
onder de A1 door
In Douai konden we eindelijk, mede dankzij de Franse bankrekening, behoorlijk internet regelen.
We zagen af van een kaartje voor de telefoon omdat bellen via ons Nederlandse abonnement goedkoper bleek dan via Franse prepaid. Helaas liet ik de volgende dag mijn telefoon met Nederlandse simkaart in het water vallen, niet meer te vinden en bleek de telefoon van Michel, met zijn Nederlandse simkaart spoorloos verdwenen. Er restte ons toen dus nog 2 Belgische simkaartjes met heel beperkt tegoed en geen mogelijkheid meer om een Frans kaartje te kopen, niet erg handig! Gelukkig kwam een week later bezoek met een nieuwe simkaart.
Van Douai naar Arleux, de hoofdstad van de knoflook en er hangt nu dus een grote streng op het achterdek. Vanaf daar zaten we op het Canal du Nord.
Het Canal du Nord tot aan Péronne, waar wij de Somme op wilden, betekende 6 sluizen van ieder ruim 6 meter omhoog, op de top door een tunnel van 4,5 km en dan weer 5 sluizen van nog ruimer 6 meter omlaag. Op het Canal du Nord zijn alle sluizen max 91 m lang en 5.95m breed dus de hele grote commerciële schepen kunnen er niet komen wat het varen een stuk leuker en rustiger maakt.
de ingang aan de noordkant van de tunnel
De Tunnel de Ruyaulcourt was voor ons de eerste keer en een hele ervaring. Het verkeer wordt geregeld met lichten en in een sluiswachtershuis zit iemand met een boel beeldschermen die alles overziet, we hebben daar een kijkje mogen nemen.
het verkeerscentrum voor de tunnel, op scherm links in het midden "t Majeur, wij lagen afgemeerd vlakbij de ingang
Eerst is er 1,5 km ‘enkelspoor’, dan 1,5km ‘dubbelspoor’ waar je kunt passeren en dan weer 1,5 km enkel. Als het licht groen is mag je de tunnel in varen tot stoplicht aan het einde van eerste deel, is daar het licht groen dan mogen van beide kanten de schepen middendeel invaren en elkaar passeren. Daar is niks te veel ruimte voor dus het gaat kruipend en dat allemaal in het redelijk donker. Er zijn wel lichten maar toch …..we waren blij dat we er weer
uit waren
ondanks de lichten is het donker in de tunnel, 4,5 km bij die snelheid duurt een uur en dat is best lang!
Bij de laatste sluis voor Péronne hoorden we dat, de dag ervoor, een schip met diepgang 1.40m de Somme opgegaan was, dat gaf ons dus groen licht want met onze 1.20m hadden we dan zeker geen probleem.
Na een stop in Péronne om even goed boodschappen te doen zijn we 9 juli, toch echt de Somme opgegaan, we hadden daar zeer naar toegeleefd en omdat het tot het laatste moment onzeker was of het kon was dat een bijzonder moment.
na iedere bocht is het weer mooi
We zijn inmiddels ruim 3 weken op de Somme en nu halverwege de terugweg. We zijn tot Abbeville gevaren en daar gekeerd, het laatste stukje tot aan zee hebben we geschrapt i.v.m. ligplaatsproblemen aldaar.
Het is hier geweldig, we boffen met redelijk tot heel mooi weer en achter iedere bocht (en dat zijn er heéééél veel) is de omgeving weer mooi, we verzuchten wel eens tegen elkaar dat het eentonig wordt. Leuke dorpjes, mooie huizen, prachtige natuur, veel bloemen, vogels en waterdieren, heel schoon water en erg weinig andere schepen.
mooie plekjes om af te meren en zelfs de goede bomen voor de hangmat van Malka
We hebben af en aan vrienden en familie die een eindje meevaren wat erg gezellig is en we hebben zelfs de motor van een van hen aan boord gehesen en zo rondgevaren.
300 kilo schoon aan de haak, de kabels kraakten maar het ging prima
Op een plek waar we hadden afgesproken vrienden op te halen lagen we achter een werkbootje van de sluiswachters en dat kon niet duidelijker maken waar ze moesten zijn dan wanneer we zelf een uithangbord hadden gemaakt.
hier moet je zijn!
De meeste bruggen op de Somme zijn vast  maar voldoende hoog om voor ons geen probleem op te leveren, een aantal keren hebben we het zonnedek aan de achterkant laten zakken en dan konden we er alsnog onder door. Bij één brug leek dat terwijl we er al onder door gingen toch wel erg krap maar we haalden het net, al was er niet veel speling.
het zonnedak is nog helemaal heel, al scheelde het weinig
Gelukkig staat er dan ineens een goudkleurige Maria met kindeke langs de kant, te waken over de enkele schepen die onder de brug door gaan en naar mijn idee nog minder auto’s die eroverheen gaan, maar kwaad kan het zeker niet.
Maria waakt over alle voorbijgangers
Ook Panache heeft hier een leven als God in Frankrijk. Hij loopt zelden of nooit meer aan de lijn, alleen als we binnen de bebouwing zijn en heeft de gehele halage (pad langs het kanaal) voor zich alleen. Het zal nog afzien worden voor hem als we weer terug zijn in Haarlem.
Panache kuiert gezellig mee


woensdag 15 juni 2011

Pommeroeul-Kortrijk-Menen-Kortrijk


Hoewel er alweer bijna een maand voorbij is sinds het laatste blog is er deze keer niet zoveel spectaculairs te melden als de vorige keer, maar om een beetje op de hoogte te blijven toch een verslag.
Vanuit Pommeroeul hebben we nog een lange fietstocht gemaakt langs het kanaal naar Condé in Frankrijk. Tot aan de grens was het een mooi, breed en goed onderhouden kanaal en gelijk daarna een dicht geslibde en overgroeide absoluut onbevaarbare stroom, jammer maar helaas.
In Katwijk kwamen we een strandpaal tegen met merkwaardige nummering maar in België weten ze ook van rare bordjes, wat te denken van de mededeling “gevoelig plekje” in een weiland langs het pad van niks naar nergens?
gevoelig plekje midden in het weiland
De volgende dag waren we het ineens allebei zat op die plek, hebben dus de lijnen los gegooid en zijn vertrokken richting Kortrijk.
We kwamen die dag niet ver want we  werden al vrij snel, bij Wiers,  door de politie te water gestopt omdat we niet verder mochten ivm een roeiwedstrijd, niet dat we er iets van gemerkt hebben.
We konden afmeren langs een commercial liggen maar moesten dan wel de volgende dag om 6 uur op omdat zij dan door wilden. Gelukkig besloten ze later die avond alsnog tot de volgende sluis te varen.
Wij konden de volgende dag dus rustig opstaan en zijn toen doorgevaren tot vlak boven de sluis van Bossuit, via oa Tournai
waar je dwars door de stad vaart, één richting verkeer want heel smal, tussen en onder de oude stadswallen. Het ziet er prachtig uit, we keken goed om ons heen en genoten maar kregen wel via de marifoon te horen dat we moesten opschieten (we voeren al de maximaal toegestane snelheid) want de commercial achter ons wou door.
door Tournai met een commercial op de hielen
Het was geen goede dag, soms heb je dat, van alles ging mis. Niets dramatisch en onherstelbaar maar wel vervelend en toen hadden we eigenlijk ook nog te lang doorgevaren.
Toen we de sluis bij Herinnes wilden binnenvaren moesten we niet alleen aan bakboord gaan liggen (gezien de schroefwerking van ons schip de lastigere kant) maar er bovendien een vervelende wind woei. Het kan allemaal wel  maar dan is de boegschroef wel erg prettig, op dat moment kwam er een grote tak in de boegschroef. Ik kon alleen maar vanaf de boeg naar Michel gebaren en roepen dat hij de boegschroef niet mocht gebruiken (dat maakte nl een onheilspellend geluid),gelukkig begreep hij dat en pakte de schipper voor ons een lijn aan waardoor we wel nog goed aan de kant kwamen.
Onze mazzel was dat de tak blijkbaar niet echt vast was komen te zitten en dat de beweging in het water door het schutten en vooral door de schroef werking van onze voorganger toen hij uit de sluis voer zorgde dat het probleem verholpen werd. Nadat we heel voorzichtig, zonder boegschroef, de sluis verlaten hadden konden we even testen en goed luisteren  en er was niets meer aan de hand, we hadden meer geluk dan de dag ervoor.
Bij de sluis van Bossuit kwamen we vrij hard in contact met de punt van een stenen kade en in de sluis bleken we zo te liggen dat we slechts aan 1 bolder konden vast maken, niet handig.
Na zo’n dag is de beloning wel heerlijk als je dan in alle rust, omgeven door mooie natuur kan genieten van een welverdiende borrel op het achterdek. Die nacht hebben we geweldig geslapen want naast het schip waren 2 zuurstof filters die de hele nacht aanstonden en niet alleen het water maar ook ons van extra zuurstof voorzagen.
zuurstof pompen in het kanaal
De volgende dag zijn we in alle rust doorgevaren naar Kortrijk. Vlak voor je vanuit het kanaal van Bossuit, bij Kortrijk, de Leie opgaat zijn er 3 kleine sluizen, Franse maten, vlak na elkaar. De sluis wachter loopt met je mee om de volgende sluis te bedienen en heeft alle tijd om een praatje te maken en het wordt zeer gewaardeerd als je helpt met draaien.
wel idyllisch, maar je moet ook aan de bak
De eerste van deze sluizen vaar je uit onder een vaste brug, doorvaart hoogte 3.80m. Wij hadden ons de afgelopen tijd al een paar maal afgevraagd wat onze maximale hoogte is. We hadden een paar maal de zonnetent een stukje op en neer gehad en we kwamen bij het meten vanaf de waterlijn ook niet echt op een exacte waarde. Dit was het moment om te testen, in overleg met de sluiswachter zijn we kruipend de sluis uit gegaan. Hij lag achter ons op de kade om vanaf die kant te kijken of het goed ging en ik zat, gehurkt anders zou ik mijn kop stoten, eerst bij de boeg met een centimeter om te meten hoeveel ruimte er was tussen ons meetpaaltje en later pal voor het stuurhuis om van die kant te kijken of het goed ging. Nou…..precies, geen centimeter speling en nu weten we dus dat we onder een brug door kunnen vanaf 3.90m ( die 10 centimeter is onze veiligheidsmarge).
Helaas waren we allemaal zo druk bezig met meten en opletten dat er geen foto van is.
We hadden tevoren met de havenmeester van Kortrijk overlegd en konden daar niet alleen terecht maar ook het schip achterlaten terwijl wij een paar dagen naar Amsterdam gingen. Er waren een aantal feestelijke gelegenheden waar we bij aanwezig wilden zijn en we hebben de auto mee terug genomen om eens een tijdje uit te proberen hoe het is om die in de buurt te hebben. Tot nu toe heel handig omdat we 2 weken in Menen gelegen hebben maar hoe het later zal zijn heb ik mijn vraagtekens over. We moeten dan af en toe met openbaar vervoer terug om de auto op te halen.
Tijdens het weekend in Amsterdam werden we gebeld door de havenmeester dat hij een motor hoorde lopen, oeps…. dat was niet de bedoeling. We konden redenerend en deducerend bedenken dat het een hydrofoorpomp was en met de, verstopte, reserve sleutel heeft hij zich toegang verschaft en de stekker eruit getrokken. Geweldig zulke zorg op afstand. Wij hadden ook weer een les geleerd: alle pompen uit als je weggaat.
Al doende leren we nog dagelijks bij.
We zijn de dag voor Hemelvaart naar Menen gevaren, wel 1,5 uur onderweg, en zijn daar bijna 2 weken blijven liggen om vervolgens weer terug te gaan naar Kortrijk. In Menen lig je prachtig aan een grote kade in een dode arm van de Leie.
het schip ligt in België en de foto is gemaakt vanuit Frankrijk
We liggen in België maar de overkant van het water is Frankrijk en daar laten we Panache uit, we zijn hier internationaal bezig
Michel heeft hier alle groot onderhoud aan de motor gedaan, we hebben uitgebreid boodschappen gedaan met de auto en Michel heeft Roland Garos gekeken, kortom goed bestede de tijd. Helaas hebben we hier ook weer ontdekt dat houtworm nog actief is. Het blad van de badkamer achter zat vol gaatjes.
Er is iemand langs geweest van Rentokil en het blijkt dat het geen houtworm maar de spinthoutkever is, die eet vooral multiplex. Hij vreet zich door één van de lagen heen en komt af en toe naar buiten, dat is dan het gaatje, groter dan van de houtworm. Hoeveel er uit het midden van de laagjes al is weg gevroten weet je dus niet. Het enige wat, mogelijk, echt helpt is alle plaatmateriaal kaal halen en dan voor heel veel geld door een bestrijdingsbedrijf laten behandelen. Op dit moment geen optie voor ons dus hebben we alle aangedane (voorzover te constateren) hout kaal gehaald,en zelf behandeld en ook zoveel mogelijk het nog niet geverfde materiaal behandeld, ook wel bestede tijd dus maar niet zo leuk en we hebben flink de pest in.
We zijn inmiddels terug gevaren naar Kortrijk laten we het schip weer achter, álle pompen uit, om weer naar Amsterdam te gaan, nu maar voor 1 nachtje en als we terug komen gaat er weer echt gevaren worden.
We vertokken later op de dag dan gepland uit Menen omdat de doorvaart afgesloten was wegens een lijk in de rivier, brrrrr blij dat wij niet degenen waren die het vonden.
We gaan eind van deze week door het Canal de l’Espierre en het Canal de Roubaix varen, deze passage van België naar Frankrijk, je komt uit in Lille, is 24 jaar afgesloten geweest en sinds 1 juni weer geopend.
Menen-Kortrijk-Lille via Canal de l'Espierre en Canal de Roubaix
Op de kaart heb ik het kanaal zwart getekend want PC Navigo, onze route planner, weet niet beter dan dat het niet kan. We hebben de route met de auto al een beetje verkend en het ziet er heel erg leuk uit we verheugen ons erop.
Inmiddels heeft het hier zoveel geregend dat ook de Somme weer haalbaar wordt, we hadden dat afgeschreven als vaarroute ivm de droogte maar wie weet lukt het toch nog, ik hou jullie op de hoogte.

PS: hier bij ook nog even een update van mijn tuin, die veel bekijks en commentaar (positief) oproept van voorbijgangers. Als ik een euro kreeg voor elke foto die van de bloemen en de tuin gemaakt wordt werd ik rijk.
Hoewel we nog geen maaltijd uit de tuin genuttigd hebben komt dat wel binnenkort, door de regen afgelopen dagen is alles omhoog geschoten alleen de koriander en de courgettes hebben het niet gered helaas, maar ze gaan in de herkansing.

vrijdag 20 mei 2011

Antwerpen-Pommeroeul

We zijn inderdaad, volgens plan, op vrijdag uit Antwerpen vertrokken. Om vanuit het Willemdok op de Schelde te komen is hemelsbreed een afstand van niets maar met alle bruggen, wachten op de sluis en de tijd die het duurt voor de sluis om te vullen ( met schepen, 4 grote commerciële schepen en 2 zoals wij) en legen (het water) duurde het ruim 3 uur voordat we echt op weg waren.
van het Willemdok naar de Schelde
Maar toen ging het ook hard, tij mee en dan stroomt het goed in de Schelde.
Wij gingen door de sluis bij Klein Willebroek zodat we daar rustig konden overnachten voordat we de volgende dag weer op de grote vaarroute verder gingen. We moesten ruim een half uur, op het getijde water, wachten voordat we de sluis in konden en dat betekende steeds met de stroom naar achteren gaan en dan weer een stukje naar voren varen, we hadden het echt heen en weer. Klein Willebroek was een leuke plek ( de sluiswachter wilde ons wel een week hebben want het schip beviel hem wel).
aan de kade in Klein Willebroek
Zaterdag zijn we toch verder gegaan en hoewel het Zeekanaal Brussel Schelde een grote doorgaande en commerciële route is zijn we die hele dag maar 2 schepen tegen gekomen en door geen enkele ingehaald, niet erg druk dus.
De tocht ging dwars door Brussel en je weet dat je Brussel binnenvaart als je de Budabrug passeert, een mooie hefbrug die echt een poort tot de stad vormt.
Buda dicht
Buda open
We zijn die dag tot Halle gekomen en op zondag het laatste stuk tot Ronquieres.
Na Halle werd de omgeving groener en landelijker, wel leuk nadat we toch een tijd door industrie en steden gevaren hadden, hoewel ook dat zeker z’n charme heeft.
We moesten wel nog even door de sluis bij Ittre, 14 meter verval, maar als je dan gebruik kunt maken van drijvende bolders wordt dat ineens een eitje. 
het principe van de drijvende bolder, af en toe hapert het systeem even, wel eng
Heel wat anders dan de sluis, waar we slechts 4,5m omhoog moesten maar waar geen geschikte bolders waren en ik dus via een glibberig (want steeds nat) laddertje omhoog moest klimmen om daar vanaf de kant de lijnen omhoog te takelen zodat Michel op het schip kon blijven, brrrrrr dat hoop ik niet vaak te hoeven doen.
Sluis Ittre was wel indrukwekkend, de sluis zag er voor we erin voeren wel groot uit maar als je binnen achterom kijkt als de deuren weer dicht zijn lijkt het of je in een grauwe kloof bent want je ziet alleen lucht en water. Vervolgens pompen ze het vol en dan is het allemaal weer heel vriendelijk als je boven bent en eruit vaart.
Ittre vanaf de noordkant
Ittre als je eenmaal binnen bent
Na enige tijd voeren we een bocht om en daar lag het Hellend vlak van Ronquieres voor ons in alle glorie.
We waren er in 2005 met de auto geweest, waren toen al onder de indruk en hebben sindsdien uitgekeken naar het moment dat we met een eigen schip naar boven konden gaan.
Nou het heeft een paar jaar, heel wat centen en een boel energie gekost maar…………… dan heb je ook wel wat!
Ronquieres als je vanaf het noorden komt aanvaren en dus nog omhoog moet
We zijn de volgende dag naar boven gegaan. Het schip vaart een sluisbak in die vervolgens achter je gesloten wordt. De gehele bak, inclusief kades, lantarens en sluiswachterhuisje, wordt op rails naar boven getakeld. Er is een contra gewicht dat onder de bak door naar beneden zakt, eenmaal boven gaat de voorste deur open en kun je uitvaren.
Het hellings percentage is 6% over een afstand van 1500m en je gaat 70 meter omhoog.
Volgens de informatie op wikipedia staat het op de lijst van GTI (grande traveaux inutile).
uitzicht vanaf 't Majeur richting noorden, tijdens het stijgen

het contragewicht dat onder de bak naar beneden zakt
daar gingen we naar toe
en zo ziet het er boven uit als je achterom kijkt
De volgende dag hadden we onze tweede sluis waar we lang naar hadden uitgezien, de lift van Strepy-Thieu, waarin we weer 76m naar beneden gingen en zo kwamen we over de berg.
Deze lift is heel anders, heel nieuw want pas in 2002 geopend.
't Majeur op weg naar de Grand Ascenceur de Strépy-Thieu, vanuit het noorden
De toren is 117m hoog, 130m lang en 75m breed, een enorm gevaarte in het liefelijke landschap rondom. Er zijn 2 bakken die ieder 1000 ton wegen en met hulp van hun eigen contragewicht omhoog en omlaag getakeld worden. Binnenin kun je de enorme kabels zien die gebruikt worden en je hebt als je vooraan in de lift ligt prachtig uitzicht bij het afdalen.
't Majeur naast de Esme in de liftbak (er ligt ook nog een groot commercieel schip achter ons)
Deze lift vervangt vier prachtige gietijzeren liften, gebouwd eind 19e  en begin 20e eeuw, die samen de 96m overbruggen om van Mons naar la Louviere te komen, hier waren anders 130 sluizen voor nodig geweest. Dit is het Canal du Centre historique of ook Ancienne Branche.
dezelfde lift naar nu aan de zuidkant als je wegvaart
In 2002 is er bij de hoogste van die vier liften, no 1, een ongeluk gebeurd. De deur is naar beneden gevallen op een schip dat er net uitkwam, geen persoonlijke ongelukken wel veel schade aan schip en lift. Sindsdien is de doorgang via deze tak gestremd en is alleen heen en weer mogelijk.
ascenceur no.1
Wij hadden inmiddels kennis gemaakt met Engelsen, die op een vergelijkbaar schip, de ESME (het schip naast ons in de Strépy lift), wonen en varen. Zij lagen ten noorden van de 1e lift, hadden gezien dat er een schip door lift ging en vernomen dat binnenkort de lift weer bruikbaar zou zijn.
Gezamenlijk zijn we via Strépy naar beneden gegaan en via alle kleine sluizen en liften vanaf Thieu weer naar boven.
Om te beginnen moesten we door een heel klein tunneltje naar een sluis, we pasten er echt precies in.
zonnedek 10cm laten zakken en het ging precies de sluis in achter het tunneltje
Omdat we samen met de ESME gingen konden we mooie foto’s van elkaar maken onder andere van boven naar beneden en andersom afhankelijk van wie eerst in de lift
andere kant van de tunnel, in de sluis bij Thieu, zo zie je het niet vaak
en de sluis van Thieu weer uit, foto genomen vanaf ESME, inmiddels boven in de lift
zelfde plaatje nu vanaf 't Majeur, in de lift
Aan het einde van die tocht lagen we dus precies aan de andere kant van diezelfde 1e lift, een heerlijk plekje waar we een paar gezellige dagen gebleven zijn. Helaas werd duidelijk dat de lift pas 24 mei geopend wordt en we zijn dus onverrichter zake weer naar beneden gegaan (ook leuk).
Canal du Centre en de Branche Ancienne
De manier waarop deze liften werken is even simpel als effectief. Beide bakken zijn even groot, even zwaar en werken als elkaars contra gewicht. Als er een schip binnenvaart wordt het gewicht in water vervangen door het gewicht van het schip, vervolgens wordt de bovenste bak (al dan niet met schip erin) middels 2 spuigaten die geopend worden extra gevuld met 30cm water zodat deze bak zwaarder is, zakt en de ander bak omhoog trekt. Beneden worden eerst die 30cm weer geloosd en dan gaan de sluisdeuren open.
Ook als bouwwerken zijn deze liften prachtig om te zien, ze staan niet voor niets op de werelderfgoed lijst en de moeite waard om eens te gaan bekijken, ook als je niet met een boot bent.
't Majeur in de onderste bak





gewicht toevoegen aan  de bovenste bak

de bak gaat omhoog en 't Majeur kan boven uitvaren
Volgend jaar zullen we er mogelijk een speciale vaarvakantie tour voor maken, dan kunnen we namelijk echt rondvaren (laat ons weten als je interesse hebt en hou de website in de gaten).
een van de vele draaibruggen
ESME wacht voor ecluse no.2
Als je via het Canal du Centre historique omhoog vaart zie je beneden het Canal du Centre waar de schepen uit de lift van Strepy-Thieu komen varen omdat ze net omlaag gegaan zijn
zicht van het Canal de Centre historique op de lift van Strépy-Thieu
Weer beneden in Thieu is ESME oostwaarts gegaan en wij westwaarts, richting Kortrijk.
We liggen nu bij een hele grote sluis naar het Canal de Pommeroeul-Condé enn prachtige landelijke plek waar we al langer zijn dan we dachten omdat we hier lekker op en rond het schip bezig kunnen zijn.
Dat we hier zo mooi kunnen liggen is eigenlijk heel bizar. De sluis is begin van een veel kortere route, dan nu, naar Frankrijk vanaf het Canal du Centre en  dus commercieel zeer interessant. De Belgen hebben er veel geld in gestoken, het is een grote sluis, met een verval van bijna 14 meter. Helaas is zo’n 20 km voorbij deze sluis de Franse grens en de Fransen zijn niet bereid zelf geld te besteden aan het bevaarbaar maken/houden van hun deel van het kanaal, zij willen dat Europa dat betaalt en deze touwtrekkerij duurt nu al jaren.
Vanmorgen hoorde Michel van de sluiswachter, die wel regelmatig aanwezig is, dat er nu sprake is van opening van de doorvaart over vier jaar; wie weet vooralsnog levert het ons een mooie ligplaats op.
aan de steiger voor de Ecluse de Pommeroeul
We zijn vlakbij Frankrijk en dat is al aan van alles te merken, zoals lekkere baguettes die we ’s morgens op het fietsje bij de boulangerie halen, mmmmmm.
Dit is het voorlopig weer, we hopen dat we over een paar weken over de Somme kunnen gaan varen, daarvoor hebben we wel genoeg water onder het schip nodig en dat zou nog wel eens een probleem kunnen worden. We zien wel tegen de tijd dat we daar zijn en in het volgende blog meer hierover.